Van de belangrijke Finse dichteres Sirkka Turkka een gedicht. Het staat in de bundel De hond zingt in zijn slaap (2005). In 2001 nam ze deel aan poetry international in Rotterdam. De vertaling is van Adriaan van der Hoeven.
Wij rijden onder de grote nacht en het onweer.
De riemhond, het vicepaard, hinkt,
roept in zichzelf:
ook ik heb gevoelens, poezie in mijn hoofd,
er staan kleverige flessen en vingerafdrukken in het ijs.
Zo is de weg naar de gekerstende
geplaveid met eieren, zijn leven
gezegend met bruine schapen.
Wij rijden van nacht naar dag, totdat een
droom met een schok ontwaakt.
En het is weer zomer en de seringen bloeien weer.
En de mouw van de bediende hangt
zoals gewoonlijk in de koffie
en in een prieeltje in de buurt zitten
de resterende Russische intellectuelen vrolijk te mompelen.
Er is iets groots aan de hand. Samen met haar trouwe hond, en samen met de vervanger van haar paard, is ze onderweg. Het is een overweldigende nacht en het dondert en bliksemt.
Beide dieren zijn een beetje zielig. De riemhond is niet vrij en het vicepaard heeft slechts een functie als het paard afwezig is. Het zijn dieren met menselijke eigenschappen èn dichterlijke collega’s met dierlijke trekken. Want in poëzie, proza en drama is er fictie en kan iets het één zijn en tegelijk iets anders. De hond klaagt en voelt zich miskend, zoals het paard ook in zijn bijrol. Maar het dier verweert zich: ook ik kan dichten.
Onheilspellend en raadselachtig is wat er omgaat, koud is het, de flessen waaruit ze wat drinken zijn kleverig en ze laten vingerafdrukken achter in het ijs waarop ze even zitten uit te rusten.
Ze zijn op weg naar de gekerstende man, die zich, omringd door zijn schapen, waarschijnlijk ophoudt bij een megaliet.
Hoe ik dat weet, of beter, vermoed? Nou, voordat die herder gekerstend werd, vereerde hij bijzondere stenen, die heilig waren. Het zijn de plekken die hij nog altijd opzoekt. De weg ernaartoe is geplaveid met keien die op eieren lijken. Het is een soort nachtelijke bedevaart in een woeste natuur.
Later, wanneer de dag is aangebroken en de droom met een schok ontwaakt, is er weer de dagelijkse rompslomp. De seringen staan in bloei, er wordt koffie gedronken en enkele vergeten intellectuelen, van net over de grens met Rusland, zitten vrolijk wat te mompelen.
Met die hond, zou ik zeggen: een lekker gedicht over een oerervaring en daarna de ontspanning.

De Finse dichteres Sirkka Turkka (1939-2021) is geboren in Helsinki, woonde het grootste deel van haar leven in de Finse stad Lohja en leefde een tijdlang teruggetrokken in het bosrijke merengebied in Svartå in het zuiden van Finland. Ze werkte onder meer als stalmeester en dierenverzorgster en hield veel van paarden en honden.