Gerrit Kouwenaar en David Hockney

Van Gerrit Kouwenaar (1923-2014) uit zijn bundel Landschappen en andere gebeurtenissen: 

geen wind

Geen wind
de bomen zijn niet te verstaan
zij staan er

zij zijn gezien gegeven als raadsels, te groot
voor het grondige oog of te klein
in hun komen en weggaan

dik tussen vroeger en later telen zij
magere wildgroei, zaaien

geen bomen, veroorzaken niets
dan hun omvang, tezamen

zijn zij onzichtbaar, eenzamer 
weten zij niets van elkaar, makend
afstanden meetbaar, landschappen
duurzaam

Men loopt op een pad. Er staat geen wind. Bomen langs het pad staan er gewoon. Men hoeft ze niet te verstaan. Ze zijn waargenomen, ze worden gezien, ze zijn onderdeel van het landschap. Ook een raadsel, want wanneer, hoe, hoelang, waarom …. ? 
Voor een oog zijn ze te groot, een grondig oog, diepzinnig dus en aards tegelijk. Of juist niet te groot, maar te klein in de tijd, tussen hun komen en weggaan op jouw wandeling. Je loopt er langs en ze zijn er tot je er langs gelopen bent en ze zijn weer weg. Zo kort maar, vluchtig.
Ondanks dat zijn ze dik geworden tussen vroeger en later, enorm zelfs, maar tussen vroeger en later telen zij juist magere wildgroei, niet veel soeps. Ze baren geen bomen, slechts opschot. Het enige dat ze veroorzaken is hun enorme boom-zijn zelf, hetgeen bepaald een gebeurtenis is. Komt men langs een bos, ziet men de boom niet meer, maar het bos. Staat de boom alleen, als een reus, dan is er geen samenhang met andere bomen – die boom heeft van de andere geen weet, en de anderen van hem niet. Wat zijn bomen dan? Ze maken afstanden zichtbaar: je loopt tot de volgende boom, tot de volgende, tot de volgende. Ze maken het landschap op die manier duurzaam, zolang de wandeling duurt.

Een boom is net een gedicht. Niet altijd te verstaan, raadselachtig, tijdelijk aanwezig zolang als in het gezichtveld, niet meer dan wat het is, te groot voor een grondig oog, duurzaam in zijn landschap, meetbaar van het een na de ander –

Een gedicht is net een boom. Het groeit, ontstaat, staat er, raadselachtig, groot of klein, zolang je het leest duurt het, tussen andere gedichten, magere wildgroei, een gebeurtenis, deze, met al zijn rijm en allitererende a’s –

De afbeelding is van David Hockney, staat op het omslag van het boek over hem en Van Gogh met de titel The Joy of Nature.