Van Tjitske Jansen (Barneveld, 1971) uit haar debuutbundel Het moest maar eens gaan sneeuwen uit 2003, waarvan sindsdien al meer dan 20 herdrukken verschenen:
Sommige mensen
worden nog een keer geboren.
Joseph Beuys bijvoorbeeld.
Tijdens een sneeuwstorm.
Neergestort. Halfbevroren
en bewusteloos gevonden
door een halfwild volk
dat hem insmeerde met dierlijk vet,
hem wikkelde in een vilten doek.
Dierlijk vet, een vilten doek
en iemand die het zag
en het belangrijk genoeg vond.
Nog een keer geboren worden
omdat één keer niet genoeg is
om te weten dat iemand je wilde,
wilde dat jij er was.
Iemand anders dan je moeder,
want je moeder gaf je leven,
maar het nog eens aan je geven,
dat kunnen de meeste moeders niet.
De dichteres leeft zich in in het leven van de Duitse kunstenaar Joseph Beuys. Die vertelde dat hij in de oorlog in 1944 boven de Krim neerstortte en toen door daar in een dorpje wonende Tartaren gered werd. Die wreven hem in met vet en wikkelden hem in vilt. Inmiddels is bekend dat dit niet echt gebeurd is en Beuys dit verzonnen heeft.
Een verhaal hoeft niet perse een waarheidsgetrouw verslag te zijn van wat er in werkelijkheid is gebeurd. Het kan ook een andere functie vervullen. In dit geval, die van een hergeboorte, een wedergeboorte in een symbolische orde, waarin, in dit geval Beuys, verder kan leven, zijn leven opnieuw kan opbouwen en invullen.
In verschillende kunstwerken van hem werkt hij met de materialen die hier genoemd worden en ook de slee komt erin voor:

De orde die het verhaal biedt is niet een moralistische, zoals bijvoorbeeld sprookjesverhalen dat doen. De orde is een existentiele, een die de voorwaarden schept voor een nieuw leven, een nieuwe geboorte. Het verhaal heeft een therapeutische impact.
Tjitske Jansen geeft aan dat moeders dat meestal niet kunnen: je nog een keer geboren laten worden. Moeders zetten je op de wereld, zorgen voor je, voeden je op en bieden aanvankelijk ook beschutting. Maar vervolgens moet je je ook zelf zien te redden en de moeilijkheden zien te overwinnen op je weg. Die kun je inbedden in je verhalen, eventueel fantastische, die je vertrouwen geven, al vertrouwen de mensen om je heen je niet meer omdat je een fantast bent, of een geliefde, of een dichteres.
Maar gelukkig: er was wèl íemand die het zag en het belangrijk genoeg vond. Iemand, aldus Tjitske Jansen, die jou ook de moeite waard vindt. Zo iemand, met wie je verder wil