Sebastiaan Roes

Johannes Sebastiaan Lodewijk Andreas Wilhelmus Bernardus (Sebastiaan) Roes (Groenloo, 1971) is een Achterhoekse dichter, schrijver en ook nog hoogleraar. Hij studeerde middeleeuwse geschiedenis en notarieel recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, nu de Radbout Universiteit.  Van hem:

oldern

De hoed wordt vaal en
grow en en gries

In ‘t spegel
de woarheid
en ‘t bewies

‘De meeste eerpels
he’k noo wel ehad’

Ik draej mi-j umme
en wil naor boetn,
de staote op,
‘t park in

Lopen wordt goan
goan wordt gengeln
genglen

strampampeln

Gelukkeg bunt der benkskes
‘Smiet ow dale!’,
steet der op

En dat doo ‘k,
M nen lange middag lank,

Dan, verkeld,
op hoesop-an

En wachten op den nacht.

hoed: huid
gengeln: slenteren
stamphampeln: struikelen ( zich struikelend voortbewegen)
‘Smiet ow dale!’: lees: ‘Ga zitten!’
verkeld: verkouden (hier: onderkoeld)

Gedichten over ouder worden laat ik liefst links liggen. De confrontatie staat me nog niet aan.
Maar deze van Sebastiaan Roes in het Achterhoeks vind ik wel erg grappig. Uitleg is verder niet nodig, want hij geeft zelf de vertaling van enkele woorden. Niet, overigens van het woordje eerpels, en ik raad dat het aardappels zijn. Dat is dan een mooie uitdrukking voor ouder worden: “de meeste aardappels heb ik nu wel gehad”. Daar wordt ik eerder blij van dan sikkeneurig of moe.
Het gedicht staat in De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie. 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu. Samengesteld door Tsead Bruinja. Uitgegeven door Em. Querido’s Uitgeverij b.v. In 2022. In dat boek gedichten in ongeveer 25 talen en dialecten die in Nederland gesproken worden.
Ik neem aan dat de poeet in dit gedicht, gezien zijn leeftijd, niet over eigen ervaringen spreekt, maar het schreef om de streektaal recht te doen en ook voor de lol.