Radna Fabias

Radna Fabias (geboren in 1983) is een dichteres uit Curaçao. Haar gedichten bundel Habitus uit 2018 werd al vele malen herdrukt. Daaruit het titelloze volgende gedicht: 

Aanvaard je lot, rib
strijk met je vingertoppen langs je benen voel je vacht verwijder je vacht vil wat te veel is en verhoog je stem
teken een zwarte streep onder je ogen rustig doe rustig teken op je heupen de contouren van de vrouw die je moet worden
slink
laat de adem van een ander zachtjes schrapen langs waar het beurs is beschadig zo zachtjes je keel zachtjes
laat de pijn zien en als het geen pijn doet, niet echt, kijk dan alsof je pijn hebt kijk
alsof de dood je inhaalt
zucht
en kreun
maar niet te hard
bevestig de veronderstelde weerloosheid
heb niet te veel oogcontact
sla je ogen in slowmotion neer
kijk op
gebruik alleen je mondhoeken
Etuit je lippen niet langer dan twee seconden
maar tuit ze wel
kort
krimp
kleiner
ho
niet te klein
je moet wel zichtbaar blijven
maak jezelf lichter nog iets lichter kweek geduld houd je in
heb manieren
laat je uitkleden, wees
optilbaar, wees
kneedbaar toon je
penetreerbaar en
gretig
dat mag even
wees nu gretig
stop

hijs je langzaam in het pantser
het pantser is van dood en honing je drupt
doodkoudhoningzoet
schaam je diep
Eleer nu wachten

Ruim dertig imperatieven op een rij. Komen ze van buiten of stelt ze de eisen aan zichzelf? Zijn het goed bedoelde adviezen of geïnternaliseerde normen? Zijn het lessen om te overleven of is het intimidatie en disciplinering?
In haar grillig vormgegeven poëzie gunt Radna Fabias ons een kijkje in haar ziel vol conflicten en tegelijk in onze samenleving.
Zoals in de bijbel, een rib, een rib uit het lijf van Curaçao. Maar ook andersom is Curaçao een rib uit haar lijf, dierbaar, maar pijnlijk. 
Ze is een zwarte vrouw van de Caraïben. Hartvochtig en pissig is ze. Kwaad op zichzelf, op haar landgenoten, en ook op waar ze  nu is in Nederland. Ze moet zo veel en moet aan zoveel voldoen, veel dingen die ze niet wil, rituelen die haar niet passen, wensen van anderen, beelden waar ze aan onderworpen wordt. Aanpassingen. Overbodigheden. Alledaagse banaliteiten. 
Alsof dat haar lot is. 
Ze is een slachtoffer,  maar dat wil ze niet zijn. Ze wil aan haar geschiedenis ontsnappen, maar ook weer niet.  Zich bewust waar ze vandaan komt, moet ze opnieuw beginnen, maar de start is moeilijk. 
Ze wil overleven, past zich aan, is eigengereid.
Voel jezelf, zegt ze tegen zichzelf. Veeg weg wat te veel is, hoor je stem, verander wat je beter past, laat je pijn zien, leg je eigen accenten, toon je lichaam zoals jij het wil, schaam je niet, de ander moet zich schamen, wees trots. Val niet om als je in de spiegel kijkt. Hou van je lichaam, laat het niet misbruiken. Heb lief op je eigen manier. 
En aan het eind weer twijfelend: Je pantser is van dood en honing. Koud en zoet, zoet en koud. Ze moet geduld leren hebben.