Piet Gerbrandy

In de bundel Ontbinding van Piet Gerbrandy uit 2021 begint elk gedicht met een stukje beschouwend proza:

Hij bleef de transformatie van gecultiveerde grassen tot voedzaam product als dagelijks wonder ervaren maar vroeg zich wel af of de neolytische tevolutie na ruim tien millennia niet eindelijk bezig was haar verwende kinderen op te eten.

Pol – bos – rag – stro – kaf: dat is de route.

Zo snel kan het dus gaan zodra je zomer
  zich neerlegt bij het ritme van de dingen
                  (neem van verloren stuifmeel zingende bijen)

ofschoon haar heupwerk zo bestendig leek
           en kneu op doortocht floot hoe zij zal keren
                   (in naaldwoud langs een volgebouwde kust)

maar wederkomst veronderstelt ontslaping
        en wat hernomen wordt is niet zichzelf
                (zie hoe een spin gebroken web herstelt).

Je liefste vlijt haar kantrijk knetterhemd
        naast stoofvlees van een reebok in je vriezer
                (de strozak op je brits wordt niet meer warm)

 daar wat bevroren wordt zijn vuur behoudt –
        maar slapend stelt het later vlammen uit    
            (Zoals wie op een dorsvloer vrijen gingen).

Mits desem gist leidt grove bloem tot brood. 

Aan het begin dus een stukje over de neolithische revolutie, de overgang van een samenleving van jagers en verzamelaars naar die van boeren en veehoeders, ongeveer 10.000 v.Chr. De dichter vraagt zich af of dat niet het begin van het einde was. 
De eerste regel van het gedicht dat volgt, beschrijft een deel van de cyclus van het leven. In dit geval begint het met een polletje graan en eindigt het als kaf dat van het koren is gescheiden. Aan het eind van het gedicht wordt de kringloop nog voortgezet in het uit bloem ontstane brood.
Na elk couplet dat volgt, staat tussen haakjes een frase die iets te maken kan hebben met de achtereenvolgende fases van de omloop. De bedoeling ervan zou kunnen zijn dat allerlei verhalen in het gedicht resoneren over respectievelijk verloren stuifmeel, bouwen in natuurgebieden, spinnen die hun beschadigde web repareren, koude slaapzakken en vrijen op de dorsvloer. Vrijen op de dorsvloer komt bijvoorbeeld voor in de bijbel, in het boek 1 Kronieken waarin de Israelieten gewaarschuwd worden voor promiscuïteit. 
De hele bundel gaat echter over ontbinding, het natuurlijke proces van afbraak.
Na de eerste zin volgen drie coupletten over de kringloop van de seizoenen. Dat alles na de zomer minder wordt is onvermijdelijk als je het ritme van de dingen accepteert. Ook al dacht of hoopte je dat de zomer eeuwig zou duren en ook al zijn er tekenen dat de zomer steeds terugkomt, zoals vogeltrek die aankondigt. Toch, zegt de dichter, is het niet hetzelfde dat dan ontslaapt, wat terugkeert is niet zichzelf. 
Dan volgt een zin in twee coupletten over de dichter zelf. Zijn carrière is achter de rug. Hij ging als een trein. Hij is nu in de herfst van zijn leven, over het hoogtepunt heen. Zijn libido is verminderd, maar nog niet uitgeblust. Het kantrijke knetterhemd van zijn liefste is in de ijskast terechtgekomen, met een belofte dat het er weer uitkomt, dat het vuur erin behouden blijft, maar dat uitstel zal ten lange leste afstel zijn.
Pessimistisch of defaitistisch zou ik zeggen de stellingname en noch niet willen noemen, mits er iets gist.

De afbeelding is van een object dat te zien is in het museum van de Verbeke Foudation. Tijdens de herfstvakantie dit jaar maakten we een uitstapje naar dat museum in het Vlaamse dorp Stekene, vlak over de grens bij Zeeuws Vlaanderen. Het overkoepelende thema van dat museum is Ontbinding.