Anna Enquist

Bij het schilderij Brieflezende vrouw in het blauw van Johannus Vermeer maakte Anna Enquist het volgende gedicht, dat staat in de bundel Hoor de stad, gepubliceerd in 2015.

Brieflezende vrouw

Je vraagt wat deed ik voor ik bij het raam
de brief losvouwde. Wel – ik las de brief.

Er zijn twee soorten tijd. De ene, die ik haat,
verstrijkt hierbuiten. Als mijn voet de drempel

kruist staan daar de borstelmaker en de meid,
ze willen iets, ze dwingen mij te springen in die vaart.

Dan komt hij niet meer terug, dan is zijn schip
vergaan. Er blaft een hond. Ik sluit de deur

en in de kamer met het bleke licht lees ik de brief.
De afgesleten woorden – suikertje, mijn hartendief –

brengen mij terug in de gestolde tijd, die andere,
waarin hij nog naar huis vaart en verrast mijn bolle

jak zal zien en mij zal vragen wat ik deed.
Ik knevelde de tijd. ik las je brief.

Beste Anna,

Ik schrijf u een briefje om te zeggen dat ik vind dat u een mooie en aangrijpende bundel gedichten gemaakt hebt. Wat een mooi gedicht ook bij de Lezende vrouw in het blauw van Johannes Vermeer.
Mooi, aangrijpend, levenskrachtig, verdrietig ……. Ik kan het goede woord maar niet vinden om het aan te duiden.
Natuurlijk, het gaat ook over u zelf. Eerst had u iets heel moois wat u eindeloos liefhad.
En toen verloor u dat, een niet te verdragen verlies. Er is een verafschuwde stad, een gehate plek. U zou de tijd liefst terug willen draaien.
En dan vraagt die stad u nota bene om haar stadsdichter te worden. Dat was 10 jaar later.
U besluit om daar ja tegen te zeggen.
Verderop in de bundel vertelt u over uw kleinkind.
U wandelde met hem in een buggy door die stad. Voorop in het kinderzitje op uw fiets “vult hij zijn stad in met herrie en troep, wil stil bij de vuilnis, de veegwagen, roept de lantaarns aan, verstomt bij de rijzende brug, wacht verheugd.” Uw kleinkind, kinderlijk enthousiast over de door u nog vermaledijde auto’s en drukte. Over alles wat hij zag was hij verrukt. Zo gaf uw kleinkind u onze stad Amsterdam gelukkig terug. Tijden schuiven over elkaar. 

Met respect en hartelijke groet, 
Harrie van Haaster.

Het citaat over het kleinkind staat in het gedicht “De stad herboren”.