Nachoem M. Wijnberg (Amsterdam, 1961) is naast schrijver en dichter ook wetenschappper. Hij ontving vele prijzen voor zijn poëzie, zoals de P.C. Hooft-prijs in 2018 en de VSB Poëzieprijs in 2007. Het gedicht waar niet in staat in zijn bundel Als ik als eerste aankom uit 2011.
Waar niet in
Ik sta klaar om
een arme van een arme te worden,
er hoeft maar iets te gebeuren,
iets kleins,
en ik stap naar voren.
Ik beweeg alsof
ik ergens verder
naar binnen kan
als wat ik in mijn hoofd hoor
luider wordt.
In de regen
staan of zitten
en de regen om mij heen.
Waar het moeilijk is
mij te roepen of
met een hand door
de regen mijn schouder
aan te raken.
Zomer wordt winter
en weer terug,
ik hoef mijn hand maar
door de lucht te bewegen
alsof ik iets wegwuif.
Een halve dag van hier
is het al donker
alsof het laat in de avond is.
Waar niet in. Een titel waarvan je kan zeggen: gemakkelijker gezegd dan gesnapt.
In de eerste strofe is ik er klaar voor om een arme te worden, maar dan in een overtreffende trap, een arme van een arme. Hij stapt naar voren om zich daarvoor aan te melden, bij het minste of geringste.
De stap is dus urgent en er is weinig voor nodig. Maar waarom zou je arm willen zijn? Een kluizenaar wil dat, iemand die zich terug wil trekken in zichzelf, wil mediteren. Een heremiet die zich wijdt aan spirituele zaken. Een rabbi die zich verdiept in de boeken. Een onthechte geleerde, een patafysicus, een losgezongen wetenschapper.
Arm in de betekenis van bijna vrij. Arm dus, zoals de betekenis daarvan in vetarm/vetvrij of stikstofarm/vrij.
Hij stapt dus naar voren en wordt ergens naar binnen getrokken, het is een drang, een aantrekkingskracht om verder en dieper naar binnen te gaan dan aanvankelijk mogelijk geacht. Er roept iets in zijn hoofd dat steeds luider wordt.
Vanaf de kantlijn springen de zinnetjes het luchtledige in. Inspringingen onvoorspelbaar hoe ver, een halve (1,27 cm) of meer.
De afzondering krijgt gestalte. Rond hem een muur van regen, die hem afsluit van de wereld om hem heen. Daar zit of staat hij dan. In die regen is er geen contact met hem te krijgen. Door de regen heen is hij met een hand niet aan te raken. Hij is als een paria, een onaanraakbare.
De seizoenen wisselen zich af, nonchalant is hij daarvan de dirigent. Of het nu zomer is of winter, hij wuift ze als onbelangrijke aardse zaken weg.
Ook het licht mag uit. Als het ergens nog licht is dan weet hij een plek dichtbij, waar het 6 uur later al laat in de avond en donker is.
Waar niet in, de titel, is dan het idee over de oude situatie, waar de persoon niet meer in is. Waar wel is het ongewisse, het luchtledige tussen de regels en in de steeds wisselende ruimtes. Waar niet in is een uitwerking van de titel van de bundel als ik als eerste aankom: dan is er het onbekende, ben ik nieuwsgierig, geef ik me over, laat ik het oude los, laat ik me verrassen, ben ik een pionier. Voor de dichter en de wetenschapper beide is het een voordeel om arm te zijn.

De afbeelding, een geometrische abstractie, is van de Belgische kunstenaar Guy Vandenbranden.