k. schippers en Aristoteles

K. Schippers (1936 -2021) liet gedichten na die werden gebundeld onder de titel  Je moest me eens zien.  Daaruit: 

Beek op de vlucht

Is de beek er wel? Foto’s ter plekke,
daar stroomt hij zonder ze te raken.
Hele contactvellen, tientallen foto’s
achter elkaar, met een lichte

zwenking ontkomt het water aan z’n
Anegatief. Er is hier niets en toch
Qzie je het ontstaan der voorvallen. 
Wie betrapt ze? Het water zelf,

van die hoge bomen, bekijk ze al
stromend voor ze ontsnappen. Hoor
je waar een tak valt, drijft hij mee,
tussen welke regels wil de beek

aan je ontkomen. Klimaatverandering,
Azeespiegelrijzing en andere belagers 
schudt hij van zich af. Stroomt door,
laat ons aan de kant. Als je

iets doet, weet je niet wat je van 
plan bent. De beek sinds lang niet.
Waarom moet hij er zijn. Heeft 
een notie van z’n eigen

Unperceived reality, het schuchter
ontbreken. Verwijdert het water zich
van elk woord in een bochtig niets, 
verdwijnt waar niemand op let.

Voegt zich nooit naar wat je wil,
bedekt het de grappige kant van de
betekenis. Verdwaalt hij, ver weg
nu, wie heeft de beek gezien.

K. Schippers hield vast van Aristoteles. Het gedicht zou je met enkele simpele Aristotelische uitgangspunten kunnen volgen.
Soms is iets zichtbaar en andere keren weg.
Soms heeft iets een doel en soms is iets doelloos.
Soms heeft iets een oorzaak en soms gebeurt iets toevallig.
Niet alles heeft per se een betekenis; soms is iets nutteloos of onbeduidend.

Het gedicht gaat over een beek. Als je bij de beek bent kun je hem zien en fotograferen. Net als een afbeelding van een pijp geen pijp is, is een filmpje van een beek geen beek. Je kan de beek zien, betrappen, vastleggen, beschrijven, maar in de beschrijving is hij zelf niet meer aanwezig. De waarnemer zelf nog wel. Daarom de vraag Wie betrapt ze? De enige vraag met een vraagteken.
Is het volgende zinnetje een antwoord op die vraag?: Het water zelf, van die hoge bomen, bekijk ze al stromend voor ze ontsnappen.
Er is dus nog meer te zien. Zonder die hoge bomen zou het erg leeg zijn en stil. Hoor waar de tak valt en zie hoe ook die verdwijnt, maar nog wel te horen. 
Al te gemakkelijk kan iets uit het zicht verdwijnen achter overtuigingen, bedreigingen, zorgen. Klimaatverandering, bijvoorbeeld, is realistisch, maar ondanks dat stroomt de beek door, ontsnapt tussen de regels door aan die context. 
Daarna komt in het gedicht aan de orde dat niet alles doelgericht is, volgens plan verloopt of oorzakelijk is. Je kan iets waarnemen, maar niet perse de oorzaken ervan. Dat is de unperceived reality. Die kan je beredeneren. Eerst dacht ik dat er nuchter stond, maar er staat schuchter. Het water stroomt door naar waar je het niet meer ziet. Logisch om ervanuit te gaan dat de beek gewoon doorstroomt, al is hij in een bochtig niets, uit het zicht verdwenen. Doelloos bovendien, in de zin van onafhankelijk van wat jij, waarnemer, wil. Hij gaat zijn eigen gang en zelfs als jij er een betekenis in ziet, symbolische waarde aan hecht, dan nog. Hij verdwijnt zowiezo, de beek, ondanks jou en wie heeft de beek dan nog gezien. De beek zelf stelt geen vragen.
Uiteindelijk, denk ik, gaat het gedicht over de niet onaantrekkelijke ontsnapping, waar je afwezigheid er niet toe doet. Er is geen doel en geen oorzaak, geen zin, geen symboliek, de leegte van het niemand, niets en nergens. 

IMG_0575.jpeg


Het portret van K. Schippers werd gemaakt door André Keikes en is te vinden op de literaire weblog Tzum. Veel van wat K. Schippers schreef gaat over kijken. In mijn webwinkeltje het een en ander: https://www.igpoezieb.nl/product-categorie/schippers-k/