Tove Ditlevsen (1917-1976) was een Deense schrijfster. De laatste jaren werd door Das Mag uitgeverij veel werk van haar uitgegeven. 0ok het autobiografische De gezichten waarin de schrijfster vertelt over haar stemmen.
Een selectie van haar gedichten staat in de pas uitgegeven bundel Er woont een meisje in me dat niet sterven wil. Vertaald door Lammie Post-Oosterbrink. Daaruit:
De anderen
Als ik ze door de voordeur
naar buiten duw
dringen ze via
dringen ze via
de achterdeur weer naar binnen.
Ze zijn overal
als verworpen zinnen
die zich te goed voelen
voor de prullenbak.
Ze beroepen zich op
een verre verwantschap
of een geestelijke
overeenkomst
die niet bestaat.
Hoewel ze mijn naam
hebben gestolen
weigeren de instanties me
een nieuwe.
De politie weigert me
te beschermen.
De slotensmeden
hebben geen tijd.
Ik ben niet gezond genoeg om te worden
opgenomen.
Mijn tandarts zit
op Tenerife
Mijn skelet heult samen
met de vijand
omdat zelfs dat
geen toegang heeft
tot de ronde kamer
waarvan de deuren en ramen
zijn geschilderd door
een groot kunstenaar –
een geluksvogel wiens naam
niemand kent.
De anderen zijn stemmen, zo echt als anderen. Of het zijn anderen, die vooral hun stem tegen haar verheffen. Het verschil is niet zo duidelijk voor degene die stemmen hoort.
Ze zijn niet vriendelijk, belagen haar, beroven haar, ze probeert ze weg te sturen, maar ze komen op slinkse wijze telkens terug. Ze stelen wie ze is. Niemand helpt haar, niemand gelooft haar, niemand neemt haar serieus en niemand neemt de anderen, de stemmen, serieus. Ook haar eigen skelet, haar geraamte, heult met de anderen, waardoor ze niet door deuren of ramen kan doordringen naar een veilige have, een groot kunstenaar, een geluksvogel. Niemand weet wie dat is. Dat ze niet gezond genoeg is om te worden opgenomen, zet aan het denken.
Afgelopen maand zag ik de prijzenwinnende documentaire ‘Mijn stem tegen de mijne’ van Maasja Ooms. Daarin komen vijf mensen die stemmen horen aan het woord en langzaamaan lukt het de interviewer om eerst óver de stemmen in gesprek te komen en uiteindelijk ook mèt de stemmen zelf. Dat is moeilijk omdat de stemmen dat verbieden. Van de psychiater Marius Romme heb ik geleerd dat je de stemmen serieus moet nemen en dat mensen die stemmen horen in staat zijn te voorkomen dat de stemmen de baas over hen gaan spelen. Agressieve en boze stemmen worden vaak alleen maar agressiever als je ze probeert te smoren. De stemmen spelen een rol in het verwerken van trauma’s en kunnen eventueel juist een hulp zijn bij die verwerking, mits bijvoorbeeld een therapeut helpt bij de vertaling naar een leefbare symbolische herordening.
Het project van Marius Romme begon overigens met een uitzending in 1987 van de net overleden Sonja Barend met Romme en met Patsy Hage die ook stemmen hoorde. In die uitzending een dringende oproep om daarover in gesprek te gaan met elkaar.
In het gedicht vertelt Tove Ditlevsen openlijk over haar anderen. Dat is een eerste overwinning. De ramen staan op een kier naar buiten en naar binnen. Ze weet dat daar iets is wat haar geluk kan brengen, maar ze weet nog niet wie, wat of hoe. Daar kan en mag zij gelukkig over fantaseren.
Het portret van Tove Ditlevsen werd gemaakt door Maria Lau Krogh
De uitzending van Sonja Barend is nog terug te zien op Youtube
De film Mijn stem tegende mijne is op dit moment in de bioscopen.