Sybren Polet

Uit de bundel Tijd zonder natijd (2009) van Sybren Polet (1924 -2015).

Existentialia

1
Simulacra, geen mimicry.
Nascheppen van planten, dieren, mensen
die in de natuur niet bestaan.

Namensen. Nadichten. Naleven
en zelf heel even – bijna – bestaan
tussen andere opkomende zelfsprekers.

2
Wensdromen afzijds het niemandswit,
het allemanszwart.
De werkelijkheid liegt zich onophoudelijk,
liegt zich onophoudelijk werkelijk.

Zo ook jij: je stimuleert jezelf keer op keer,
om te ontdekken wie je (niet) bent.

Bijna ben je een literaire figuur of onfiguur.

3
Stilstaande aarde met roterende dampkring,
dampkring als een buitenbewustzijn.
Aarde als tegenaarde.

Je wordt de tollende ruimte ingeslingerd,
samen met andere ontdane spraakmakers.

Hoog boven ons
een opschemerend reusachtig gezicht
met wijdopen ogen.

Een simulacrum is een kopie van iets waarvan het origineel niet bestaat of niet meer bestaat. Zo’n kopie is iets dat dicht staat bij de fantasie. Het begrip is vooral bekend uit het werk van Jean Baudrillard, filosoof van de werking van moderne media. Er is werkelijkheid, er is representatie en er is simulatie van die werkelijkheid. In die trits kan het contact met de werkelijkheid steeds losser worden tot er uiteindelijk geen contact meer is tussen de werkelijkheid en haar simulatie. In horrorgames, bijvoorbeeld, zijn er digitale creaties die mensen imiteren en het digitale domein bewonen. In ons digitale tijdperk komt het steeds vaker voor dat een simulacrum zelf de werkelijkheid wordt en kan leiden tot het verdwijnen van het origineel of zelfs tot een origineel onbestaan. 

1
In het drieluik, van boven naar beneden, eerst de presentatie van de simulacra, kunstmatige vanzelfsprekende levensvormen die een realiteit nabootsen zonder er zelf deel van te worden of een echt origineel te hebben. Hun bestaan heeft nieuwe woorden nodig: namensen, nadichten, naleven, zelfsprekers.
Een spelletje, maar zo serieus dat het echter is dan de werkelijkheid, dichterbij, uitvergroot, zelfs van wat niet eens in het echt bestaat. Bijna, voegt hij er nog aan toe, net niet dus, maar wel overtuigend reële types, die hij zelfsprekers noemt, types die zichzelf via hun taal realiseren.

2
Daaronder het effect ervan. Het zouden wensdromen of angsten kunnen zijn, “afzijds”, onverschillig voor de uitersten van zwart en wit, afstand nemend van iedereen en niemand, daar houdt het zich niet mee bezig, blijft afzijdig.
Wensdromend, voorbij zwart-wit schema’s, lijkt wat niet waar is toch waar te zijn. De leugen regeert. Ook het beeld dat je maalt over jezelf, niet wie je bent, maar wie je jezelf verbeeldt te zijn. Zo ben je eigenlijk een onpersoon.

3
In het onderste luik is de ruimtereis beschreven en de ambachtsman die dit alles creëert, een demiurg, zoals door Plato beschreven. Hier op een opschemerend beeldscherm, een reusachtig gezicht met wijden ogen. Eén van de eerste bundels, uit 1953, van Sybren Polet had als totel demiurgasmen.
De draaiende aarde wordt een stilstaande tegenaarde.
Je, dat ben ik, en wij, we worden een tollende ruimte ingeslingerd. Ik weet niet meer waar ik ben en wie ik ben. Zonder houvast, zonder oriëntatie.
En hoog boven ons is er iemand in de cloud, die zich hogelijk lijkt te verbazen.
Met grote ogen van verbazing slaat deze buitenstaander dit alles gade, ookal is hij zelf de schepper ervan, de demiurg die zelfsprekend is en geen verdere uitleg behoeft, maar toch verbaasd over het resultaat.
Bij de filosoof Plato is de demiurg de schepper van het universum. Hij schiep vanuit de chaos. Het universum dat hij maakt is een afbeelding van de Platoonse ideeën, het onveranderlijke. (in het Oudgrieks betekent dēmiourgos ‘vakman’). Hij is geen realistische camouflage, geen mimicry, maar een godgelijke androïde, gynoid, titan of fembot.


AI-overzicht-simulacrum:
Virtueel, denkbeeldig, fictief, imaginair, illusoir, schijnbaar, potentieel, digitaal of elektronisch in de context van nieuwe media.
Simuleren, nabootsen, veinzen, liegen, toneelspelen, doen alsof, gebaren, huichelen, voorgeven, voorwenden, affecteren, fingeren.
Zelfsprekend, natuurlijk, uiteraard, allicht, vanzelf, evident, logisch, overduidelijk, voor de hand liggend, zeker. 

De afbeelding is van een demiurg met een passer in zijn handen.